OMMERSCHANS - bedelaarskolonie



1.DE BEGRAAFPLAATS


Het was 1821 en er was een nieuw begraafplaats nodig voor Bedelaars van Ommerschans die in de kolonie waren gestorven. Er werd ruimte gevonden op de oude verdedigingswal van de zuidelijke omgrachting van de schans. 
Het was een bijzonder stukje grond dat uitermate geschikt was voor de begraafplaats. 



Er kwam verdeling op de begraafplaats, want zo kwamen de overleden beambten vooraan te liggen en daarachter werden de bedelaars begraven. 

Het was normaal in die tijd dat er ontzettend veel sterfgevallen waren en niet alle overledenen zouden hun eigen graf krijgen. Er was sprake van een groot open graf waarin tientallen bedelaars tegelijk konden worden begraven zonder vermelding of grafsteen. 

De beambten en bedelaars
Op dit kleine stukje aarde werden 5448 mensen begraven waaronder; mannen, vrouwen en kinderen. Er is niets meer van deze graven te zien. Staatsbosbeheer heeft boompjes aangeplant, die de grafvelden aan het oog onttrekken en daar is nog een pad te zien.
2.DE BEDELAARSKOLONIE



De maatschappij van Weldadigheid werd opgericht in 1819. Ze hadden het doel om verwaarlozing van de steden tegen te gaan. 

Na de Franse periode zorgde o.a de terugkerende soldaten uit het legioen van Napoleon voor veel overlast in het land. Ze konden moeilijk of geen werk krijgen. Bedelend trokken ze door de dorpen en steden. 
Armoede was erg groot in de steden, het was te groot voor de toen bestaande armenzorg. 
De Maatschappij van Weldadigheid meende deze mensen te kunnen helpen door hen grote stukken woeste grond te laten ontginnen en het laten maken van goederen, die tegen gezette prijzen verkocht zouden worden. 
Zo begon de maatschappij met de stichting van de zogenaamde 'Vrije kolonie Frederiksoord' in de zuid-Westhoek in Drenthe. 

Het bleek dat naast de vrije kolonie ook behoefte was aan de koloniën, die bestemd konden worden voor het opnemen van personen van 'minder zedelijke en goed gedrag'. Men bedoelde de bedelaars, vagebonden en zwervers door het hele land. 

Het was ook bedoeld voor gezinnen die niet bedelden, maar geen zelfstandig bestaan konden lijden. Zij konden daar dan terecht. 
Voor dit soort mensen was er namelijk geen plaats in de vrije koloniën. Voor het onderbrengen van deze mensen, vondelingen en weeskinderen, sloot de Nederlandse regering een contract met de Maatschappij van weldadigheid. 
Een verlaten fort in Ommerschans werd omgebouwd door de Maatschappij en werd daarmee één van de grootste gebouwen in Nederland. Het gebouw was zeker 100 bij 100 en telde twee verdiepingen. 
Nu stelt dat niets voor, maar vroeger was dat echt groot! 
Er kwam een binnenplaats en een smalle gracht en wal. 
Delen van de schans werden geslecht en geëgaliseerd zodat er meer ruimte voor de gebouwen was. Dit gebeurde in 1821.


De eerste kolonisten werden algauw ondergebracht, ze hadden zich schuldig gemaakt aan luiheid of brutaliteit. Na een landelijke bedelverbod werden grote groepen bedelaars uit alle provincies ondergebracht. 

Het liep in het begin nog niet zo hard met de bedelaars in de onvrije kolonie. 
dat veranderde toen er een premie op het hoofd van iedere opgepakte bedelaar hing. 
Algauw zaten er 2000 bedelaars in de schans. Het werd bomvol, waardoor er geen plek meer was. Noodgedwongen moest Veenhuizen een gebouw inrichten tot bedelaarsgesticht.
De mannen en vrouwen werden in de onvrije kolonie gescheiden, zelfs als men getrouwd was. 
Dat de scheiding toch niet zo strikt was, blijkt wel uit de 550 kinderen die er zijn geboren. 

De bedelaars moesten hard werken en dat deed men voornamelijk op boerderijen. 
In de wintermaanden werkte men in de werkplaatsen. 
Wie niet werkte kreeg geen geld en moest maar zien hoe hij of zij aan extra eten kwam. Naast het hoofdgebouw kende de schans ook andere gebouwen. Kerken, school, gevangenis, ziekenhuisje en een eigen begraafplaatsje met lijkhuisje. 

1859: Er braken financiële problemen uit en de kolonie werd overgenomen door de regering.
1889: De kolonie werd opgeheven en de laatste bewoners verdwenen naar Veenhuizen, maar in 1870 waren de vrouwen en kinderen al overgeplaatst.
3.SIENTJE HOOGENBERK

De criminaliteit  in Ommerschans beperkte zich meestal tot kleine diefstallen en moord.
 

Op 15 oktober 1889 werd op Hoeve Nummer 11 een moord gepleegd. 
Het ging op de 13-jarige Sientje Hoogenberk. Ze werd aangerand en met messteken om het leven gebracht.
Bedelaar Arie van Ess had het op zijn geweten. 

Hij werkte als knecht op de hoeve van Sientjes vader. 
Het meisje werd om het leven gebracht door een schilmesje.

De kolonist kreeg gevangenisstraf van 12 jaar.  


 

Wil je op de hoogte blijven? Volg mij dan op Facebook:
BRON: Dodenakkers, de bedelaarskolonie, ommerschans, de Stentor, bonmama


Geen opmerkingen:

Een reactie posten